Uit de geschiedenis van het Ruama-project.

Over het starten van het weeshuis in Marromeu werd in 2001 het volgende artikel in de Visie geplaatst:

Lange tijd dacht ze dat baby’s haar zorg niet waren. Totdat ze ontdekte dat de Here dingen anders leidt en baby’s juist haar bediening werden. De Nederlandse Jannie Kruize (41) is verpleegkundige en hoofd van babyhuis Ruama in Mozambique, dat 30 november officieel wordt geopend.

Jannie Kruize werkt sinds eind ‘97 voor de hulporganisatie Dorcas in een weeshuis in Inhaminga. Na korte tijd richtte ze daar een babyhuis op, omdat de zorg voor de baby’s in het weeshuis toch te veel problemen opleverde. In juli 1999 bracht Jannie een bezoek aan Marromeu, een dorp aan de Zambezi-rivier, 150 kilometer ten noordoosten van Inhaminga. Ze kwam daar in het ziekenhuis in contact met een vrouw met een baby van een paar dagen oud. „De sociale dienst vroeg of ik voor de baby kon zorgen, want de moeder kon het niet meer.“ Ook wilden ze graag eens komen praten over de realisatie van een babyhuis in Marromeu. Want dat was er hard nodig.

Hoog sterftecijfer

Jannie: „Al bij mijn eerste bezoek aan Marromeu trok er iets aan mijn hart. Bij latere bezoeken kwam dat gevoel terug. De gedachte iets te moeten doen aan de nood in Marromeu wilde niet weggaan. Integendeel, het leek steeds sterker te worden.

Marromeu is een vrij grote plaats in een groot district zonder hulp van welke aard dan ook. Terwijl er veel wezen, gehandicapten en straatkinderen leven. Bovendien is het een plaats met een hoog sterftecijfer van zwangere vrouwen en baby’s. Wie zou er wat aan doen? Ik heb er veel voor gebeden. Ik wilde bevestiging en anders in ieder geval het tegendeel.“

Suikerfabriek

Toen Jannie in mei 2000 tijdens een verlofperiode in Nederland een gesprek met Dorcas had over Marromeu, ontdekte ze dat Dorcas graag bestaande projecten wilde uitbreiden, maar geen nieuwe projecten op wilde nemen. Een babyhuis in Marromeu was niet haalbaar voor hen. Jannie: „Dat was duidelijke taal. Voor mij was het babyhuis in Inhaminga in de afbouwfase en ik had aangegeven dat ik in april 2001 het babyhuis over zou dragen aan de leiding daar. Daarna zou ik vertrekken. Terug naar Nederland.“ Tijdens haar verlofperiode had een kennis in Marromeu, die enthousiast was over de ideeën voor een babyhuis, contact opgenomen met de directeur van de suikerfabriek in Marromeu en een hulpvraag ingediend. Deze vraag was beloond met de toezegging van woonruimte.

„Bij mijn terugkomst in Mozambique was ik ervan overtuigd dat mijn tijd in het land erop zat en dat ik langzaamaan mijn koffers kon inpakken,“ vertelt Jannie. „Het zou een jaar worden van overdragen en afscheid nemen. Maar na het nieuws over het huis in Marromeu begon er dus een nieuwe periode. Aan de ene kant moest ik inderdaad mijn taken overdragen, maar aan de andere kant moest ik ook plannen maken voor een nieuw tehuis. Met hulp van diverse zijden is babyhuis Marromeu van de grond gekomen.“

Hongerdood

Het babyhuis in Marromeu heeft de naam Ruama. Ruama is Portugees voor het Hebreeuwse Ruchama, afgeleid van het woord voor baarmoeder, en betekent letterlijk ‘God ontfermt Zich’. De achterliggende gedachte hierbij is het bijbelboek Hosea, waarin God het herstel van een verbroken relatie belooft. „We willen hiermee uitdragen dat we hopen en bidden dat God als Vader de baby’s en kinderen in het babyhuis zal omringen met Zijn liefde, en dat wij door Gods liefde aan de verzorging van deze kinderen mogen bijdragen.“ In de tuin van het babyhuis komt een beeld te staan van een figuur die liefdevol een kind omarmt.

Ruama is een huis voor baby’s van 0 tot ongeveer 2 jaar. De meeste kinderen zijn halfwezen of wezen. Meestal zijn het baby’s waarvan de moeder tijdens of na de bevalling is overleden door gebrek aan voedsel, waardoor ook het kind de hongerdood zal sterven. Als de ouders of de moeder vroeg genoeg op de hoogte zijn van Ruama, volgt er een gesprek. Als het mogelijk is, blijft het kind thuis en zorgt Ruama voor hulp, meestal in de vorm van melk. Iedere vrijdagmorgen komt de moeder of een ander familielid met het kind op het spreekuur en wordt het kind gewogen. Medewerkers van het babyhuis - mensen uit de lokale bevolking - houden dan een meditatie en geven preventieve zorg.

Adoptie

„Als het kind niet thuis verzorgd kan worden, dan nemen wij het kind op. Voorwaarde is dan wel dat het kind regelmatig bezocht wordt door familie. Want contact is een voorwaarde om het voor het kind mogelijk te maken dat het na het tweede jaar weer kan integreren in de familie. Wij zijn er om te helpen, niet om het over te nemen,“ legt Jannie uit.

„Als het kind geen familie meer heeft die voor hem kan zorgen en dus niet meer naar huis terug kan, dan moet er gekeken worden of er alternatieven zijn, zoals adoptie of pleegzorg.

Op dit moment wonen er vijftien kinderen in Ruama. Er zijn al wat kinderen terug gegaan naar hun familie of pleeggezin. Maar er is inmiddels ook een aantal kinderen overleden, omdat ze te ziek en te klein waren toen ze kwamen. De familie wacht soms uit onwetendheid te lang voor ze een kind komen brengen. Soms is de moeder lang ziek geweest en heeft het kind met zijn moeder meegeleden. Het kind is dan dusdanig verzwakt dat, als moeder overlijdt, het geen kans meer heeft.

Het aantal externe kinderen dat melk ontvangt, ligt rond de tien.“

Zonder naam

Wat Jannie heel moeilijk vindt in haar werk is het feit dat een kinderleven niet telt in Mozambique. „Het lijkt bijna niet van waarde. Als een kindje sterft, is dat jammer, maar ach, volgend jaar is er weer een ander. Zo redeneren de mensen hier. Als een kindje zwak is, geven de mensen het geen naam, want dat heb je er minder verdriet om als het sterft!

Voor de achterblijvende vader is het soms bijna een opluchting, want dan is de belemmering voor een volgend huwelijk al opgelost.“

Ook de verering van de voorouders met de daarbij behorende angsten, maakt het werk voor haar emotioneel zwaar. „Als de moeder sterft, behoort het jongste kind ook te sterven, om de geesten van de gestorvene te weren. Want de geesten gaan over in het jongste gezinslid, de baby dus. Als zo’n kindje dan bij ons opgroeit en na een aantal jaren gezond in de oude situatie terugkomt, moet het alsnog sterven, want de geesten zijn er nog. Dat maakt me soms moedeloos. Want waar werk je dan voor?“

„Een heel ander punt is het afhankelijke gedrag van volwassenen. Het zich niet verantwoordelijk willen stellen voor hun eigen daden, voor hun werk, voor hun fouten. Maar dit geeft tevens mooie dingen. Ik mag een instrument zijn in hun groeiproces. Het is toch het mooiste als je een kindje ziet opbloeien! Een mensje wat ondervoed, onderontwikkeld en armetierig binnenkomt. Maar wat door liefde, aandacht, voedsel en een hygiënische verzorging opbloeit tot een mooi, blij, gezond kindje. Een kindje van de Here. En als dan de vader blij is met zijn zoon of dochter en er de hand van onze Vader in kan zien, dan is de vreugde compleet.“

Stichting FiladelfiaZending werkt samen met het thuisfront van Babyhuis Ruama. Deze zendingsorganisatie, die vanuit de Vergadering van Gelovigen is ontstaan, staat in ieder geval de komende drie jaar garant voor eenderde deel van de jaarlijks benodigde giften. Fondsenwerven is een van de hoofdactiviteiten van het thuisfront.

Mozambique

Het land Mozambique is 20 keer zo groot als Nederland met ongeveer eenzelfde hoeveelheid inwoners. Het is een van de drie armste landen van de wereld, mede door de ‘tegenwerking’ van de natuur. Overstromingen, overmatige hitte en cyclonen maken de oogst kapot.

Onderwijs en gezondheidszorg zijn lang niet voor iedereen toegankelijk. De meeste meisjes zijn ongeschoold en trouwen erg jong. Hoewel ze lichamelijk nog niet toe zijn aan kinderen, krijgen ze die wel, waardoor veel van hen in het kraambed sterven. Bovendien zien veel meisjes makkelijke verdiensten in de prostitutie en helpen zo mee aan de razendsnelle verspreiding van aids.